Geografie

Suriname is rijk aan rivieren, stromen en kreken. Het land maakt deel uit van de Amazone delta, al ontspringen de meeste rivieren in Suriname zelf en lopen van het zuiden naar het noorden.

De belangrijkste rivieren zijn de Suriname-, de Coppename-, de Tapanahoni- en de Saramacca-rivier. De Corantijn vormt de grens met Guyana en de Marowijne met Frans Guyana (Cayenne).

In mei 2006 traden inSipaliwini de rivieren Suriname, Tapanahoni, Lawa en Marowijne buiten hun oevers door hevige regenval. Veel dorpen in het binnenland kwamen onder water te staan, hoewel ze meestal hoog op de oever zijn gebouwd.

In het noorden van Suriname geldt een strook van 26 tot 100 km breed als moerasgebied (zwamp). Het middengedeelte van Suriname bestaat uit een laag, glooiend bosland, dat door houtkap her en der dreigt te veranderen in savanne. In de zuidelijke helft van het land liggen drie omvangrijke gebergteketens, het Oranjegebergte, Wilhelminagebergte en het Eilerts de Haangebergte (genoemd naar een Nederlandse ontdekkingsreiziger uit de 19e eeuw). De hoogste top is de Julianatop (1230 meter).

Klimaat

Suriname heeft een tropisch regenwoudklimaat, met een grote- en kleine regentijd. De luchtvochtigheid ligt hoog, overdag zo’n 80%, ’s nachts zelfs 95%. De temperatuur schommelt tussen 24 en 36 graden Celsius. Gedurende de regentijd is de gemiddelde temperatuur 27-28 graden, in de droge tijd loopt die op naar 32 graden. ‘s Morgens loopt de temperatuur geleidelijk op van +/- 24 graden naar 32-34 graden (14.00-16.00 u) om geleidelijk aan weer te dalen naar 24 graden Celsius (04.00-06.00 u).

De kleine regentijd is van begin december tot begin februari, daarna de kleine droge tijd tot eind april, gevolgd door de grote regentijd tot half augustus. Dan komt de grote droge tijd tot begin december. September en oktober zijn de warmste maanden van het jaar, vandaar dat de grote vakantie in Suriname valt in september. In Suriname kan het bij momenten echt stortregenen. In het Surinaams ‘sibibusi’ (letterlijk: bezem uit het bos). Regenjas of paraplu helpen dan niet. Die stortbuien hoor en zie je wel aankomen en zijn meestal van korte duur.

Flora en fauna

Suriname kent een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Nog altijd is het overgrote deel van Suriname met oerwoud bedekt. Suriname bestaat voor circa 90% uit jungle en kent een grote diversiteit aan bloemen, planten en dieren. Dit oerwoud maakt deel uit van het grootste tropische regenwoud op aarde, de Amazone, waarvan het grootste deel op Braziliaans grondgebied ligt. Toch heeft Suriname verschillende landschappen: behalve het tropische regenwoud en de savannes tref je aan de kust mangrove aan. Ze groeien op de grens van zout en zoet water en zijn belangrijk als kustbescherming. Suriname is daarom een geliefd studieoord voor biologen uit de gehele wereld.

Op het strand bij Galibi bevinden zich bijzondere populaties zeeschildpadden die door de lokale bevolking Aitkanti genoemd wordt. Dit is de lederschildpad (Leatherback), de meest voorkomende schildpad; tussen april en juli leggen zij op het strand hun eieren. Dieren die je tijdens het verblijf in het binnenland van Suriname zeker tegen zult komen (en anders wel horen) zijn apen! In de waterrijke gebieden, zoals het Coesewijne reservaat met vloedbossen en savannes kun je vaak reuzenotters, zeekoeien en kaaimannen ontdekken.

Er zijn bedreigingen voor de natuur, met name door de ontbossing en door verontreiniging als gevolg van kleinschalige mijnbouw (met name goudwinning). Suriname heeft echter een lange historie op het gebied van natuurbescherming en ook op dit moment zijn er verschillende organisaties actief, zoals Stinasu, ‘s Lands Bosbeheer en wwf-guiana’s. Suriname telt 11 beschermde natuurreservaten, 1 natuurpark en 4 bijzondere beheersgebieden. Het eerste gebied, Brinckheuvel natuurreservaat is al in 1966 als reservaat ingesteld; het grootste is het Centraal Suriname Natuurreservaat (1998) en telt 1,6 miljoen hectare.